In Nederland kun je kiezen uit veel verschillende typen basisscholen. We zetten ze allemaal voor je op een rijtje.

Schooltypen in het basisonderwijs

Openbare scholen

Een openbare school staat open voor leerlingen van iedere godsdienst of levensbeschouwing. Sommige openbare scholen werken volgens een pedagogisch concept, maar dat doen ze lang niet allemaal. Ongeveer 1/3 van de Nederlandse kinderen gaat naar een openbare school. Een openbare school mag nooit een leerling of leraar afwijzen vanwege zijn of haar levensovertuiging.

Bijzondere scholen

Op een bijzondere school krijgen leerlingen les vanuit een godsdienstige, levensbeschouwelijke of opvoedkundige overtuiging. Ongeveer 2/3 van de kinderen in Nederland gaat naar een bijzondere school. Binnen de bijzondere scholen bestaat een tweedeling in ‘confessioneel’ en ‘algemeen’ bijzondere scholen.

Confessioneel bijzondere scholen

Confessionele bijzondere scholen zijn bijzondere scholen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag. Dat zijn bijvoorbeeld:

  • rooms-katholieke scholen
  • protestants-christelijke scholen
  • islamitische scholen
  • joodse scholen
  • hindoeïstische scholen
Algemeen bijzondere scholen

Bijzondere scholen die werken vanuit een opvoedkundige overtuiging heten ook wel algemeen (of neutraal) bijzondere scholen. Voorbeelden daarvan zijn:

Deze onderwijsvormen doen vaak een beroep op de zelfstandigheid van de leerling en gaan uit van de belevingswereld van het kind. Ze maken deel uit van een beweging die ook wel ‘vernieuwingsonderwijs’ heet.

Richting en inrichting

Het is goed om je te realiseren dat er een verschil bestaat tussen de richting en de inrichting van een school.

  • De richting van een school is de grondslag. Een school kan gebaseerd zijn op een bepaalde levensovertuiging.
  • De inrichting van een school is de manier waarop het onderwijs wordt gegeven. Dat zegt dus iets over de pedagogisch-didactische uitgangspunten van de school.

Een school van een bepaalde richting kan daarnaast dus kiezen voor een bepaalde inrichting. Er bestaan dus bijvoorbeeld rooms-katholieke jenaplanscholen. Of protestants-christelijke montessorischolen.

Brede scholen

Brede scholen zijn scholen die ingebed zijn in een groter geheel van opvang, zorg, welzijn, sport en cultuur. Meestal kun je voor één of meer van deze buitenschoolse activiteiten in hetzelfde gebouw terecht. De overgang van school naar naschoolse opvang verloopt dan heel soepel. Brede scholen heten ook wel:

  • Vensterschool
  • Spilcentrum
  • Open Wijk school
  • Integraal Kindcentrum
Speciaal onderwijs

Voor sommige kinderen is het gewone onderwijs niet geschikt. Bijvoorbeeld omdat ze:

  • een geestelijke of lichamelijke handicap hebben;
  • een ernstige ziekte hebben;
  • leer- of gedragsproblemen hebben;
  • hoogbegaafd zijn.

Deze kinderen hebben extra aandacht en zorg nodig. Op een speciale school krijgen ze die zorg en aandacht. Speciale scholen werken steeds meer samen met gewone scholen. Zo kunnen kinderen met begeleiding vanuit een speciale school, toch naar een gewone school blijven gaan.

Aanbevolen websites

Informatie van de Rijksoverheid:

Schoolprogramma’s die sociale vaardigheden of weerbaarheid van leerlingen versterken of interventies die zich richten op het bevorderen van een positief schoolklimaat.

Voor het voorkomen en verminderen van pestgedrag bestaan in Nederland verschillende erkende interventies. Sommige van de bovenstaande antipestprogramma’s zijn specifiek ontwikkeld als programma ter voorkoming en vermindering van pestgedrag dat kan worden ingezet als universeel anti-pestprogramma: bij alle kinderen en in alle klassen. Andere interventies hebben een bredere focus. Dit zijn bijvoorbeeld schoolprogramma’s die sociale vaardigheden of weerbaarheid van leerlingen versterken of interventies die zich richten op het bevorderen van een positief schoolklimaat. Ook zijn er interventies die meer gericht zijn op een specifieke groep, zoals leerlingen met externaliserend probleemgedrag, of klassen met veel conflicten. De databank Effectieve Jeugdinterventies geeft meer informatie over de precieze doelen en doelgroepen van bovenstaande programma’s en de mate waarop een programma effectief is in het bereiken van die doelen.